Home Sociaal Taalontwikkeling bij peuters

Taalontwikkeling bij peuters

2021-03-16 00:00:00

Geschreven door Amber Simons

Het is voor de taalontwikkeling van je tweejarige kind heel belangrijk dat je veel met hem of haar communiceert. Je peuter is nog volop aan het leren, zowel over woorden en de betekenis ervan als over interacties en de sociale aspecten van taal. We zetten voor je op een rijtje wat er gebeurt in de taalontwikkeling van peuters én hoe je deze ontwikkeling kunt stimuleren!


2-2,5 jaar

  • Kinderen hebben een woordenschat van rond de 200 woorden, hij of zij begrijpt echter al ongeveer 300 woorden
  • Kinderen imiteren nog heel veel woorden, het is dus extra belangrijk dat je past op wat je zegt in de buurt van jouw kind. Met sommige woorden maken kinderen nog wel vergissingen, ze zeggen bijvoorbeeld “toes” in plaats van “poes”
  • Kinderen oefenen met zinnen van drie woorden en leren ook om het woord ‘nee’ toe te passen op momenten dat hij of zij wilt dat iets stopt
  • Kinderen kennen nu hun eigen naam, de namen van sommige andere kinderen en een aantal lichaamsdelen
  • Kinderen kunnen zich al goed verstaanbaar maken over het algemeen, maar blijven hun gevoel toch nog vooral non-verbaal overbrengen, door bijvoorbeeld weg te lopen, te wijzen of te knuffelen
  • Kinderen kennen nog niet alle woorden, maar begrijpen volwassenen wel goed, als opvoeder ben jij zijn of haar voorbeeld
  • Jij kunt met je kind in deze periode oefenen met dierennamen en welke geluiden ze maken
  • Jij kunt aandacht geven aan verschillende kleuren en oefenen met het uitspreken van kleurennamen
  • Jij kunt liefjes zingen voor je kind en hem of haar stimuleren om mee te zingen, articuleer de woorden goed en vergroot ze met je mimiek
  • Jij kunt spelletjes doen met gezichtsuitdrukkingen, door bijvoorbeeld een emotie te laten zien, deze emotie te benoemen en je kind te vragen om dit na te doen


2,5-3 jaar

  • Kinderen maken nu steeds meer zinnen met meer dan drie woorden en leren daardoor ook langzaam om grammatica toe te passen
  • Kinderen leren te begrijpen wat woorden als ‘ik’ en ‘jij’ betekenen en deze ook te begrijpen
  • Kinderen beginnen te leren wat het concept van tijd is en dat er een verleden, heden en toekomst is en zullen ook woorden gaan gebruiken die te maken hebben met tijd
  • Kinderen worden steeds duidelijker in hun taalgebruik, maar vinden sommige woorden nog wel lastig, vooral als er veel medeklinkers in zitten. Ze zeggen bijvoorbeeld “toenen” in plaats van “schoenen”
  • Kinderen kunnen in deze leeftijd beginnen met stotteren, omdat ze langere zinnen willen vormen en veel willen zeggen in een kort tijdsbestek, of zo enthousiast zijn dat ze struikelen over hun eigen woorden
  • Jij kunt je kind de tijd geven om zijn of haar zinnen af te maken
  • Jij kunt bij het verkeerd gebruik van woorden beter de zin herhalen op de juiste manier, dan je kind direct verbeteren. Wanneer jouw kind bijvoorbeeld zegt “Ik loopte met mama naar de winkel”, reageer dan met “Gezellig zeg, dat je met mama samen naar de winkel liep”
  • Jij kunt je kind helpen herinneren aan wat hij of zij bijvoorbeeld vorige week heeft gedaan, zo stimuleer je het denken aan het verleden en het oefenen van het vertellen van een verhaal
  • Jij kunt vragen naar details wanneer jullie samen een boek aan het lezen zijn, zoals “Waar zie jij een kuikentje?”


3-3,5 jaar

  • Kinderen gebruiken rond deze leeftijd al gemiddeld 1000 woorden en steeds meer volledige zinnen
  • Kinderen stellen in deze periode veel vragen, uit nieuwsgierigheid en leergierigheid, vooral ‘waarom’ is populair
  • Kinderen zijn gefocust op nieuwe woorden en zullen deze stuk voor stuk uit proberen
  • Kinderen kunnen al lange verhalen vertellen, ook over wat er in het verleden is gebeurd
  • Kinderen begrijpen dat ze anders moeten praten tegen bijvoorbeeld hun broertje dan tegen hun vader of moeder
  • Kinderen experimenteren met taal en dagen opvoeders uit om te leren begrijpen wat je met taal kunt doen. Ze weten bijvoorbeeld hoe lief ze moeten praten om iets gedaan te krijgen of zeggen dingen als “Ik wou dat ik een cracker kreeg”
  • Jij kunt reageren op je kind en een antwoord geven op de vragen die hij of zij stelt, ook al vraagt hij de hele dag “waarom?”, het is belangrijk dat je naar hem luistert zodat hij je leert vertrouwen en dat je zijn vragen serieus neemt, zo leer je respect aan en help je hem met de wereld te begrijpen
  • Jij kunt nog verder oefenen met praten over het verleden door bijvoorbeeld te vragen wat je kind gister heeft gegeten of wie er op zijn of haar verjaardag was
  • Jij kunt je kind betrekken in gesprekken en activiteiten, hij of zij zal zich betrokken voelen als hij mag meedenken over bijvoorbeeld het verloop van de dag


3,5-4 jaar

  • Kinderen beginnen nu echt te spreken zoals volwassenen dat doen, ook in de manier waarop kinderen hun ideeën en gevoelens overbrengen
  • Kinderen passen nu de verschillende vormen van tijd op de juiste manier toe
  • Jij kunt tegenvragen stellen aan je kind, dit laat hem of haar nadenken, het antwoord beter onthouden en stimuleert de creativiteit en oplossingsgericht denken. Wanneer je kind bijvoorbeeld vraagt “Mag ik een cracker?” kun jij reageren met “Hoeveel crackers heb je al gehad?”
  • Jij kunt langzaam aan duidelijk gaan maken aan je kind dat er een verschil is tussen echt en verzonnen, doe dit zonder gevoelens te ontkennen of beweringen in twijfel te trekken. Bij een denkbeeldig vriendje kan je bijvoorbeeld aangeven dat het goed is om de waarheid te vertellen en dat je kindje daarbij altijd zelf verantwoordelijk blijft.
  • Jij kunt je kind helpen met het oefenen van het benoemen van kleuren of met tellen en het opnieuw leggen van patronen of volgordes
  • Jij kunt zelf altijd duidelijk zijn in je communicatie, jij bent immers het voorbeeld!

Wil je weten hoe wij op de groep communiceren met kinderen? 
Lees meer