Wat is een driftbui?
Tijdens een driftbui uit je kind boosheid op een intense manier, waarbij het bijvoorbeeld heel hard gaat huilen, gillen of schreeuwen. Ook kan een kind om zich heen slaan of zichzelf slaan.
Vaak zie je een patroon tijdens een driftbui:
- Eerst: boosheid en protest (“nee!”, “ik wil!”)
- Daarna: verdriet (teleurstelling, machteloosheid)
- Soms: terug naar boosheid
- Aan het einde: boosheid zakt en je kind staat meer open voor troost
Jonge kinderen vinden het vaak nog erg moeilijk om met teleurstelling en frustratie om te gaan. Ook kunnen ze zichzelf niet goed rustig krijgen. Daarom duurt een driftbui soms best lang.
Waarom krijgt een kind driftbuien?
Ook al lijkt het soms alsof een driftbui uit het niets komt, er is vrijwel altijd een oorzaak. Dit zijn de meest voorkomende:
- Overprikkeling
Tijdens de dag doet een kind veel indrukken en prikkels op. Als daarbovenop iets gebeurt, ook al lijkt het klein, dan kan dat precies de druppel zijn die de emmer doet overlopen. Door de opgebouwde spanning krijgt je kind een driftbui. - Vermoeidheid en honger
Is je kind moe of heeft het honger? Dan is het moeilijker om prikkels te verwerken. Met als gevolg dat je kind sneller driftbuien heeft. Dit herken je vast ook wel bij jezelf. Na een slechte nacht zit alles sneller tegen en kan je minder goed omgaan met teleurstellingen. Bij je kind werkt dit ook zo, behalve dat hij of zij minder goed om kan gaan met de emoties die daarbij horen. - Frustratie en teleurstelling
Als je kind gefrustreerd of teleurgesteld is, ontstaat er eerder een driftbui. Bijvoorbeeld als je als ouder een grens stelt waar je kind gefrustreerd over is.
Sarah
Beleidspedagoog
“
“Vraag je je weleens af waarom je kind altijd bij jou en nooit bij anderen driftbuien heeft? Het klinkt gek, maar dit is een compliment voor jou als ouder. Je kind uit heftige emoties namelijk het liefst op een veilige plek. Je hoeft dus niet direct iets ‘verkeerd’ te doen als je kind alleen bij jou driftbuien heeft. Dit laat juist zien dat je kind zich bij jou volledig op het gemak voelt en zich durft te uiten.”
”
Driftbuien per leeftijd: dit kan je verwachten
Driftbuien komen het meest voor bij kinderen tussen de 1,5 en 4 jaar. Maar elk kind ontwikkelt zich op het eigen tempo en op de eigen manier. Dus het kan ook zijn dat driftbuien eerder beginnen of na het vierde jaar doorgaan. Je hoeft je hier dus niet meteen zorgen om te maken.
Driftbuien bij een dreumes (1 tot 2 jaar)
Je dreumes wil vaak meer dan hij of zij kan. Ook lukt het nog niet goed om met woorden duidelijk te maken wat hij of zij wil of voelt. Die combinatie zorgt vaak voor frustraties, waardoor je dreumes in een driftbui alle emoties uit.
Driftbuien bij een peuter (2 tot 3 jaar)
Je peuter ontwikkelt een steeds sterkere eigen wil en wil graag dingen zelf doen. Dit noemen we autonomie-ontwikkeling. Soms lukt ‘zelf doen’ nog niet, wat kan leiden tot teleurstelling en frustratie. Omdat het reguleren van emoties op deze leeftijd nog moeilijk is, komen driftbuien tussen de 2 en 3 jaar regelmatig voor.
Driftbuien vanaf 3 jaar
Vanaf 3 jaar wordt je peuter steeds beter in taal en kan duidelijker uitleggen wat hij of zij wil of voelt. Ook begrijpt je peuter steeds beter waarom iets wel of niet mag. Doordat je kind de emoties beter kan reguleren, zie je dat vanaf deze leeftijd de driftbuien meestal langzaam afnemen.
Wat kan je doen tijdens een driftbui?
Tijdens een driftbui is je doel niet ‘stoppen’, maar ‘veilig en rustig begeleiden’. Onze pedagoog Sarah deelt 5 tips om goed om te gaan met driftbuien bij je dreumes of peuter.
1. Zorg voor rust bij jezelf en in de omgeving
Onthoud dat je kind niet lastig is, maar het lastig heeft. Hij of zij heeft jouw hulp nodig om weer tot rust te komen. Maar dat kan best moeilijk zijn als je eigen emmer ook al vol zit. Probeer daarom het volgende om voor rust te zorgen:
- Adem eerst een paar keer diep in en uit voordat je reageert op je kind. Zo kalmeer je zelf en laat je je kind een goed voorbeeld zien.
- Ga samen met je kind naar een rustigere omgeving (als dat kan). Loop bijvoorbeeld even naar de gang of stap de winkel uit.
- Check kort bij jezelf in voordat je reageert: wat heb jij op dit moment nodig om je kind rust te kunnen bieden?
2. Blijf in de buurt
Je kind heeft je nodig, maar heeft soms ook ruimte nodig wanneer het nog midden in de boosheid zit. Daarom heet dit ook wel time with in plaats van een time out. Je blijft in de buurt en beschikbaar, zonder je kind alleen te laten met alle emoties.
3. Benoem en erken de emoties die je ziet
Gebruik hierbij niet te veel woorden. Als je kind hoog in de emoties zit, komt veel uitleg namelijk niet meer binnen. Probeer je kind ook niet te corrigeren tijdens een driftbui, omdat dat de emoties vaak versterkt. Wat wel goed werkt, is door bijvoorbeeld te zeggen: “Je bent teleurgesteld. Laat het er maar uit, ik blijf bij je.”
4. Zorg voor veiligheid bij slaan of gooien
Wordt je kind fysiek naar zichzelf of de omgeving? Begrens dit dan liefdevol en breng je kind naar een plek waar het geen schade kan aanrichten aan zichzelf of aan anderen.
5. Blijf troosten totdat je kind rustig is
Als je kind troost wil, blijf dan troosten totdat hij of zij weer rustig is. Geef daarna even de ruimte om bij te komen. Dat helpt je kind om te herstellen van alle intense emoties tijdens de driftbui.
5 tips om een driftbui te voorkomen
Driftbuien horen bij een gezonde ontwikkeling van kinderen. Daarom kan je ze niet helemaal voorkomen. Je kan wel een aantal dingen doen om te zorgen dat het minder vaak gebeurt.
1. Geef voldoende ruimte om te ontspannen
Probeer na een druk moment de prikkels te verminderen. Door bijvoorbeeld samen een boekje te lezen of te knuffelen op de bank na een dag op de opvang. Ook buiten zijn werkt vaak ontspannend.
2. Laat je kind kiezen tussen 2 opties
Een dreumes of peuter vindt het vaak lastig om iets te moeten. Daarom helpt het om 2 opties te geven om uit te kiezen. Bijvoorbeeld: “Wil je een appel of een peer?” Dat stimuleert het gevoel van autonomie, wat je kind in deze fase ontwikkelt. Je kind bepaalt zelf wat er gebeurt, waardoor er geen gevoel van ‘moeten’ is.
3. Benoem wat je kind wél mag in plaats van niet mag
Dit heet ook wel plustaal gebruiken. Springt je kind bijvoorbeeld op de bank? Zeg dan bijvoorbeeld niet “stop met springen!”, maar “springen doen we op de trampoline”. Zo stel je een grens, terwijl je tegelijkertijd laat zien dat je de behoefte begrijpt om lekker te bewegen. Ook houd je met deze aanpak de sfeer positiever en trigger je minder vaak een driftbui.
4. Bereid je kind voor op veranderingen
Een plotselinge overgang of verandering kan voor je kind net de druppel zijn om een driftbui te krijgen. Geef daarom tijd om te schakelen. Zeg bijvoorbeeld in de speeltuin dat je over 5 minuten naar huis gaat. Controleer daarna of je kind je heeft gezien en gehoord. Zo kan hij of zij zich voorbereiden op de overgang naar huis.
5. Maak gebruik van rituelen en vaste gewoontes
Denk aan een vaste volgorde bij het opstaan of naar de opvang gaan en afscheid nemen, waarbij je kind voldoende tijd en ruimte krijgt om dingen zelf te doen. Door dit soort rituelen aan de dag toe te voegen, wordt de dag voorspelbaarder voor je kind. Dat geeft rust en helpt om prikkels te verminderen. Ook stimuleer je hiermee de zelfstandigheid en laat je het zelfvertrouwen groeien.
Omgaan met driftbuien bij CompaNanny
Op onze kinderopvang mogen kinderen zichzelf zijn. Daar horen driftbuien en alle emoties daaromheen ook bij. Onze Pedagogisch Professionals helpen jouw kind om weer tot rust te komen, door troost te bieden op een manier die bij jouw kind past. We kijken naar de behoefte die schuilt achter de driftbui, stimuleren de autonomie en onderzoeken samen met jouw kind wat er op dat moment wél mogelijk is.
Wil jij jouw kind ook een tweede thuis geven waar het zichzelf mag zijn? Neem dan eens een kijkje bij een CompaNanny vestiging bij jou in de buurt.