Vanaf welke leeftijd spelen kinderen samen?
Hoewel elk kind leert spelen op het eigen tempo, ontdek je hieronder hoe deze ontwikkeling over het algemeen verloopt.
Vanaf 1,5 jaar: eigen beleving en behoeften voorop
Als dreumes ontwikkelt je kind het ik-bewustzijn. Daardoor heeft hij of zij de drang om dingen (zoals speelgoed) te bezitten en zich te laten gelden. Je kind bekijkt alles vanuit de eigen beleving en behoeften. Dat gebeurt niet met opzet, maar hoort bij deze belangrijke fase in de ontwikkeling. Omdat je kind nog geen rekening kan houden met anderen, is samen spelen met andere kinderen hier nog niet aan de orde.
Vanaf 2 jaar: naast elkaar spelen en toekijken
Daarna krijgt je kind langzaam meer interesse in wat anderen doen, al is dat nog steeds vanuit het eigen perspectief. Je kind leert steeds een beetje meer om te delen. Vaak zie je de volgende vormen van sociaal spel in deze fase:
● Parallel spel. Dat betekent dat je kind naast een ander kind speelt. Hierbij gebruiken ze wel hetzelfde speelgoed, maar spelen ze nog niet echt samen.
● Toekijkend spel. Dat is een spelvorm waarbij je kind kijkt naar het spel van anderen. Hij of zij doet zelf dus niet mee, maar neemt het spel wel in zich op om dit later zelf te doen (eerst vanuit imitatie). Dit heet ook wel ‘snapkijken’.
Vanaf 3 jaar: elkaar inspireren, imiteren en samen spelen.
Vanaf ongeveer 3 jaar zie je dat kinderen elkaar opzoeken om samen te spelen. Ze inspireren elkaar door met nieuwe (spel)ideeën te komen en doen elkaar na. Dit bouwt zich verder uit naar samen hetzelfde spelen. Dat is het begin van samen spelen.
Je kind kan nu beter het gedrag sturen en afstemmen op een situatie. Ook wordt hij of zij mondiger, waardoor samen spelen, overleggen en afstemmen makkelijker gaat. Maar alleen spelen blijft ook nog steeds leuk. Je kind wisselt samenspel dus af met alleen spelen.
Vanaf 4 jaar: samen rollenspellen en spelletjes doen
In deze fase ontstaat er steeds meer interactie tussen kinderen. Denk bijvoorbeeld aan een rollenspel, waarbij het ene kind in de huishoek de moeder speelt en het andere de vader. Ook samen spelletjes doen, zoals tikkertje of verstoppertje, hoort hierbij.
Daarnaast ontstaan er conflicten in het spel. Kinderen hebben namelijk hun eigen plan en doel en dat kan weleens botsen. Rond deze leeftijd leren kinderen dus echt samen spelen: afspraken maken, afstemmen en bijstellen. Dat gebeurt stap voor stap en gaat meestal niet meteen goed. Dat is niets om je zorgen over te maken.
Bij kinderopvang CompaNanny oefenen kinderen dagelijks met samen spelen. Onder begeleiding van Pedagogisch Professionals leren zij delen, conflicten oplossen en rollenspellen spelen. Benieuwd of er een vestiging bij jou in de buurt is?
5 vragen als je kind niet (zelf) speelt
Als je kind niet (zelf) speelt, vraag je dan eerst het volgende af:
- Voelt je kind zich emotioneel en fysiek veilig?
- Heeft je kind genoeg bewegingsvrijheid om te spelen?
- Heeft je kind genoeg uitdagend speelgoed dat past bij de interesse en ontwikkelingsfase?
- Heeft je kind genoeg spelvaardigheden, oftewel: weet je kind wat hij of zij met het speelgoed kan doen?
- Doe je iets waardoor je je kind afhankelijk maakt van jouw ondersteuning of nabijheid?
Zodra je de antwoorden op deze vragen helder hebt, weet je op welk onderdeel je hem of haar kan stimuleren. Hoe je dat kan doen, lees je in de tips hieronder.
9 tips om zelfstandig en samen spelen te stimuleren
1. Zorg voor een uitdagende speelplek
Als de speelmaterialen aansluiten bij de ontwikkelingsfase van je kind, gaat hij of zij vaak vanzelf spelen. Om erachter te komen wat je kind nodig heeft, kijk je heel goed naar het gedrag. Zo ontdek je waar je kind veel mee bezig is, wat hij of zij leuk vindt en waar langere tijd aandacht voor is. Daar kan je op inspelen met de juiste spullen.
Zie je bijvoorbeeld dat je kind veel verzamelt en sorteert? Zorg dan dat er mandjes en bakjes staan, zodat hij of zij de spullen daarin kan doen. En als je vermoedt dat je kind is uitgekeken op Duplo of blokken, voeg dan nieuwe items toe. Denk bijvoorbeeld aan poppetjes en auto’s. Die geven een nieuwe impuls.
2. Geef je kind meerdere keuzes
Met meerdere opties kan je kind zelf kiezen waar het zin in heeft en waar het zich in wil ontwikkelen. Ook maakt dit het makkelijker om tot spel te komen. Leg alles op een vaste plek, zodat je kind het weet te vinden. Bijvoorbeeld de knuffels altijd naast de bank, boekjes in de kast en puzzels op tafel.
3. Wissel samen spelen af met zelfstandig spelen
Speelt je kind altijd met jou? Dan leert het niet dat het ook zelf kan spelen. Daarom is het goed om samen spelen af te wisselen met zelfstandig spelen. Maak hier bewuste momenten van door je kind erop voor te bereiden. Zeg bijvoorbeeld “we hebben net gegeten, nu gaan we samen een boekje lezen en daarna is het tijd om zelf te spelen”.
4. Breid de momenten van zelfstandig spel steeds verder uit
Als je kind de eerste keer 10 minuten zelf speelt, kijk dan of het de volgende keer 15 minuten lukt. Zorg wel dat deze uitdagingen haalbaar zijn voor je kind. Het is dus niet verstandig om in 1 keer van 5 naar 20 minuten te gaan. Als het lukt, wordt het een succeservaring. Dat vergroot het zelfvertrouwen, waardoor zelfstandig spelen steeds beter zal gaan.
5. Benoem objectief wat je ziet bij je kin
Lukt zelf spelen niet zo goed en blijft je kind aandacht vragen? Benoem dan rustig en zonder waardeoordeel dat het tijd is om te spelen. Vertel ook welke opties er allemaal zijn en herhaal nog eens de vaste plekken (zie tip 2).
Het is daarnaast goed om tijd aan te duiden in activiteiten. Dat doe je bijvoorbeeld door uit te leggen dat je gaat koken of stofzuigen en dus even geen tijd hebt. Geef aan dat je na die klus weer terugkomt bij je kind.
Onthoud dat vervelen prima is voor een kind. Verveling stimuleert namelijk de creativiteit. Je kind gaat vanzelf bedenken wat hij of zij kan doen. Houd hierbij rekening met de leeftijd en ontwikkeling. Bij jongere kinderen kan verveling leiden tot frustratie, driftbuien of ander ongewenst gedrag.
6. Laat je kind nieuw spel en speelmaterialen ontdekken
Jonge kinderen weten vaak nog niet goed wat ze leuk vinden. Een goede manier om dit te ontdekken, is door nieuwe dingen uit te proberen. De ene keer is het een grote hit, de andere keer vindt je kind het niks. Zo kom je erachter wat hij of zij leuk vindt.
Als het gaat om activiteiten, vraag dan niet wat je kind wil doen, maar geef een keuze. Bijvoorbeeld ‘wil je naar de speeltuin of naar het bos?’ Op die manier betrek je je kind actief.
7. Help je kind spelvaardigheden te ontwikkelen
Door je kind op weg te helpen, stimuleer je de ontwikkeling naar zelf spelen:
- Verwoord objectief wat je kind doet zonder sturing te geven: In plaats van te zeggen: 'Nu gaan we een kasteel bouwen’, kun je ook zeggen: ‘Je zet blokjes op elkaar en bouwt een toren.’
- Laat je kind leiden in waar hij of zij heen wil met het spel. Dat past het beste bij de interesse van je kind en waar de ontwikkelingsbehoefte op dat moment ligt.
- Spiegel je kind. Door hem of haar na te doen en mee te doen, sluit je goed aan bij het spel.
- Doe een stapje terug als je kind zijn of haar draai heeft gevonden. Zo leert je kind stap voor stap dat het zelf kan spelen.
8. Plan voldoende tijd in om te spelen
Zelf leren spelen kost tijd. Houd daarom bewust plekken in je agenda vrij om thuis te spelen. Dan heeft je kind tijd om te experimenteren en kan het zich op die manier steeds verder ontwikkelen.
9. Ga naar buiten
Gaat zelf spelen echt even niet? Neem je kind dan mee naar buiten. Daar kan meer en zie je andere dingen. Je kan iets meenemen, zoals een bal voor op het veld of een emmer en schep voor in de zandbak, maar dat hoeft niet.
Waarom is spelen zo belangrijk?
Nu je weet hoe de ontwikkeling naar samen spelen en delen verloopt en hoe je dit kan stimuleren, vraag je je vast af: waarom is spelen eigenlijk zo belangrijk? Het is veel meer dan alleen een manier om je kind bezig te houden of te vermaken.
Hier draagt spelen allemaal aan bij:
- Lichamelijke ontwikkeling. Tijdens het spelen beweegt je kind, waardoor het de grove en fijne motoriek traint.
- Cognitieve ontwikkeling. Spelen zorgt ervoor dat de hersenen nieuwe verbindingen aanleggen. Op die verbindingen bouwt je kind later andere vaardigheden, zoals woorden leren, praten en later ook lezen, schrijven en rekenen.
- Sociale contacten. Je kind leert spelenderwijs hoe je met anderen omgaat en hoe je emoties reguleert. Spel is een veilige manier om te experimenteren met gedrag of emoties, zonder dat het gevolgen heeft (zoals een straf).
- Zelfvertrouwen. Door succeservaringen bij het spelen bouwt je kind zelfvertrouwen op en leert het zichzelf beter kennen. Denk aan blokjes stapelen tot een toren of samen in een keukentje spelen.
- Identiteitsontwikkeling. Je kind leert op een leuke manier wie hij of zij is, wie de ouders zijn en wat de eigen voorkeuren zijn.
- Omgaan met emoties. Tijdens het spelen leert je kind vaak voor het eerst emoties kennen en ermee omgaan, zoals boosheid (bij het afpakken van speelgoed) of verdriet en teleurstelling (als hij of zij een spel verliest).
- Emotionele verwerking. Spelen kan emotioneel helend werken. Daarom speelt je kind een spannende situatie vaak meerdere keren na. Dit helpt om de gebeurtenis te verwerken en een plekje te geven. Denk aan een doktersbezoek, eerste kappersbeurt of een situatie met lichamelijke pijn.
Samen spelen en delen bij CompaNanny
Een goede plek om te leren spelen en delen, is de kinderopvang. Bij CompaNanny stimuleren we kinderen onder andere met passief speelgoed. Denk aan houten blokken die van alles kunnen zijn, van ijsjes tot auto’s. Dat prikkelt de fantasie. Ook krijgen kinderen alle ruimte om zelf of samen te spelen, net waar ze op dat moment aan toe zijn.
Gun jij je kind ook zo’n fijne speelplek die aanvoelt als een tweede thuis? Meld hem of haar dan nu gratis aan bij CompaNanny.
Plan een vrijblijvende rondleiding bij een vestiging bij jou in de buurt.